»
Het lied van het paradijs
muzikale vertelvoorstelling
naar de roman van de Jiddische schrijver Itsik Manger
door Gottfrid van Eck, vertelling en (bas)klarinet, en Pit Hermans, cimbaal
vrijdag 19 februari 2010 20.15 u.
UITVERKOCHT! Opgave voor wachtlijst via info@salonsaffier.nl
"Het paradijs. Heb je er ooit over nagedacht hoe het daar is? Hoe het daar ruikt, smaakt en hoe het licht daar valt? Ik ben er nog altijd vol van. Het paradijs is...": een engel wordt naar de aarde gestuurd en vertelt over zijn wonderlijke avonturen in het paradijs. Dit lichtvoetige en humoristische verhaal - naar de roman van een van de grootmeesters van de Jiddische literatuur, Itsik Manger (1901-1969) - wordt omlijst met vrolijke en melancholische klezmermuziek.
Lokatie: Herenstraat 29 (poort tussen 27 en 33), Utrecht
Toegang: € 15,00
In verband met beperkte ruimte tijdig reserveren noodzakelijk.
» reserveer voor deze voorstelling
muzikale vertelvoorstelling
naar de roman van de Jiddische schrijver Itsik Manger
door Gottfrid van Eck, vertelling en (bas)klarinet, en Pit Hermans, cimbaal
vrijdag 19 februari 2010 20.15 u.
UITVERKOCHT! Opgave voor wachtlijst via info@salonsaffier.nl
"Het paradijs. Heb je er ooit over nagedacht hoe het daar is? Hoe het daar ruikt, smaakt en hoe het licht daar valt? Ik ben er nog altijd vol van. Het paradijs is...": een engel wordt naar de aarde gestuurd en vertelt over zijn wonderlijke avonturen in het paradijs. Dit lichtvoetige en humoristische verhaal - naar de roman van een van de grootmeesters van de Jiddische literatuur, Itsik Manger (1901-1969) - wordt omlijst met vrolijke en melancholische klezmermuziek.
Lokatie: Herenstraat 29 (poort tussen 27 en 33), Utrecht
Toegang: € 15,00
In verband met beperkte ruimte tijdig reserveren noodzakelijk.
» reserveer voor deze voorstelling

Over "Het lied van het paradijs":
Itsik Manger werd in 1901 geboren in Czernowitz - destijds Roemenië, nu Oekraïne. Als zoon van een kleermaker met liefde voor de literatuur bezocht hij het gymnasium, waar hij wegens slecht gedrag weggestuurd werd om daarna bij het Jiddisch theater te gaan werken .
Twintig jaar oud begon hij gedichten en balladen te publiceren. Kort daarna vestigde hij zich in Boekarest waar hij onder andere schreef voor de locale Jiddische kranten. In 1927 ging hij naar Warschau, een hoofdstad van de Jiddische culturele wereld, waar hij tien jaar zou blijven en zou uitgroeien tot een beroemd dichter en toneelschrijver. Zijn eerste dichtbundel Shtern afn dakh (Stars on the roof) uit 1929, werd meteen een groot succes, waardoor hij toegelaten werd als lid van de Jiddische PEN-club. In het Warschau van de jaren dertig gaf hij lezingen, interviews, publiceerde meerdere bundels poëzie, schreef toneel, was te lezen in prestigieuze kranten en gaf zijn eigen literaire tijdschrift uit.
Het opkomend antisemitisme deed hem in 1938 vluchten naar Parijs, waarna hij vele jaren in ballingschap in diverse landen zou doorbrengen. Uiteindelijk vertrok hij in 1958 naar Israël, waar zijn literaire carrière opnieuw tot bloei kwam. In 1969 stierf hij in Tel Aviv.
Met Sholem Aleichem en Isaac Bashevis Singer geldt Manger als een van de grootmeesters van de Jiddische literatuur, vooral bekend door zijn gedichten en ballades. Hij schreef vaak satirische poëzie in volkse trant en gebruikte daarvoor motieven uit de bijbel en het dagelijkse leven. Zijn werk is een poëtische mengeling van tederheid, speelsheid, ironie, muzikaliteit en humor. Joodse minstrelen, die van oudsher bruiloften met hun liederen en conferences kwamen opluisteren, dienden hem ter inspiratie. Zijn gedichten zijn vaak op muziek gezet en kwamen op het Jiddische liedrepertoire.
In de humoristische roman Dos Boech foen Gan-Edn geschreven in 1939 in Parijs, actualiseert hij met veel ironie de traditioneel-naïeve voorstellingen betreffende het hiernamaals. Eenzaam levend in ballingschap brengt Manger met Het lied van het paradijs (Nederlandse vertaling 1958 en 2007) een ode aan de bitterzoete wereld van zijn verloren Oost-Europees joodse jeugd. Hij vond het zelf zijn vrolijkste boek.
Gottfrid van Eck
is afgestudeerd theoloog en al meer dan twintig jaar in de ban van klezmermuziek en joodse verhalen. Volgde drie jaar lang een opleiding lichte muziek te Amsterdam en is oprichter van Mazzeltov, één van de beste Nederlandse klezmerbands met wie hij zes cd's heeft geproduceerd. Om zijn liefde voor klezmer en verhalen te combineren richtte hij in 1998 Vilde Katshke op, in welke groep hij vertelt en klarinet speelt. Vorig jaar nam hij het initiatief voor de band Kasha Nasha die klezmer, balkan- en zigeunermuziek vermengt met pop en jazz. Daarnaast is Van Eck nog stadsverteller in Utrecht, Amsterdam en Gouda.
Pit Hermans
speelt al vele jaren klein cimbaal, concertcimbaal en Appenzeller Hackbrett (hakkebord). Haar repertoire omvat klezmer, muziek uit Griekenland, Roemenië en gipsy liederen. Zij speelde zeven jaar in het klezmerensemble Di Fidl Kapelye en twee jaar in Queen Esther Klezmer Trio, maakt daarnaast deel uit van diverse ensembles en is tevens soliste, zangeres en sessieleider. Behalve cimbaal bespeelt Hermans ook nog andere snaarinstrumenten: viool, (bas)gitaar, tzouras en baglama.
Salon Saffier intiem literair theater.
Itsik Manger werd in 1901 geboren in Czernowitz - destijds Roemenië, nu Oekraïne. Als zoon van een kleermaker met liefde voor de literatuur bezocht hij het gymnasium, waar hij wegens slecht gedrag weggestuurd werd om daarna bij het Jiddisch theater te gaan werken .
Twintig jaar oud begon hij gedichten en balladen te publiceren. Kort daarna vestigde hij zich in Boekarest waar hij onder andere schreef voor de locale Jiddische kranten. In 1927 ging hij naar Warschau, een hoofdstad van de Jiddische culturele wereld, waar hij tien jaar zou blijven en zou uitgroeien tot een beroemd dichter en toneelschrijver. Zijn eerste dichtbundel Shtern afn dakh (Stars on the roof) uit 1929, werd meteen een groot succes, waardoor hij toegelaten werd als lid van de Jiddische PEN-club. In het Warschau van de jaren dertig gaf hij lezingen, interviews, publiceerde meerdere bundels poëzie, schreef toneel, was te lezen in prestigieuze kranten en gaf zijn eigen literaire tijdschrift uit.
Het opkomend antisemitisme deed hem in 1938 vluchten naar Parijs, waarna hij vele jaren in ballingschap in diverse landen zou doorbrengen. Uiteindelijk vertrok hij in 1958 naar Israël, waar zijn literaire carrière opnieuw tot bloei kwam. In 1969 stierf hij in Tel Aviv.
Met Sholem Aleichem en Isaac Bashevis Singer geldt Manger als een van de grootmeesters van de Jiddische literatuur, vooral bekend door zijn gedichten en ballades. Hij schreef vaak satirische poëzie in volkse trant en gebruikte daarvoor motieven uit de bijbel en het dagelijkse leven. Zijn werk is een poëtische mengeling van tederheid, speelsheid, ironie, muzikaliteit en humor. Joodse minstrelen, die van oudsher bruiloften met hun liederen en conferences kwamen opluisteren, dienden hem ter inspiratie. Zijn gedichten zijn vaak op muziek gezet en kwamen op het Jiddische liedrepertoire.
In de humoristische roman Dos Boech foen Gan-Edn geschreven in 1939 in Parijs, actualiseert hij met veel ironie de traditioneel-naïeve voorstellingen betreffende het hiernamaals. Eenzaam levend in ballingschap brengt Manger met Het lied van het paradijs (Nederlandse vertaling 1958 en 2007) een ode aan de bitterzoete wereld van zijn verloren Oost-Europees joodse jeugd. Hij vond het zelf zijn vrolijkste boek.
Gottfrid van Eck
is afgestudeerd theoloog en al meer dan twintig jaar in de ban van klezmermuziek en joodse verhalen. Volgde drie jaar lang een opleiding lichte muziek te Amsterdam en is oprichter van Mazzeltov, één van de beste Nederlandse klezmerbands met wie hij zes cd's heeft geproduceerd. Om zijn liefde voor klezmer en verhalen te combineren richtte hij in 1998 Vilde Katshke op, in welke groep hij vertelt en klarinet speelt. Vorig jaar nam hij het initiatief voor de band Kasha Nasha die klezmer, balkan- en zigeunermuziek vermengt met pop en jazz. Daarnaast is Van Eck nog stadsverteller in Utrecht, Amsterdam en Gouda.
Pit Hermans
speelt al vele jaren klein cimbaal, concertcimbaal en Appenzeller Hackbrett (hakkebord). Haar repertoire omvat klezmer, muziek uit Griekenland, Roemenië en gipsy liederen. Zij speelde zeven jaar in het klezmerensemble Di Fidl Kapelye en twee jaar in Queen Esther Klezmer Trio, maakt daarnaast deel uit van diverse ensembles en is tevens soliste, zangeres en sessieleider. Behalve cimbaal bespeelt Hermans ook nog andere snaarinstrumenten: viool, (bas)gitaar, tzouras en baglama.
Salon Saffier intiem literair theater.

Gottfrid van Eck

Pit Hermans